top of page

Wat als je kind niet lastig is, maar iets probeert te vertellen?

Foto van schrijver: Karlijn Musscher
Karlijn Musscher
3 aug
7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 9 sep

Het was zo’n ochtend waarop alles snel moest gaan.


Broodtrommels vullen. Tassen pakken. Schoenen aan. Jas aan. En vooral: op tijd de deur uit.


Maar terwijl de klok steeds verder richting schooltijd tikte, zat Finn op de grond.

Zijn schoenen lagen naast hem. Zijn jas hing nog aan de kapstok. En in plaats van zich aan te kleden, keek hij naar een mier die rustig over de vloer liep.


“Finn, schiet eens op.”


Geen reactie.

“Finn, we moeten nu echt gaan.”

Nog steeds niets.

En daar gebeurde het. Dat moment waarop de haast van de ochtend langzaam verandert in frustratie. Eerst bij jou. Daarna bij je kind.

“Waarom luister je nou niet?”

Misschien herken je het.

Een kind dat maar niet opschiet. Dat ineens ergens volledig door wordt afgeleid. Dat boos wordt wanneer je nog één keer vraagt om schoenen aan te trekken. Of dat juist helemaal lijkt te verdwijnen in zijn eigen wereld.

Op zulke momenten kan het voelen alsof je kind niet wil.

Maar soms is de werkelijkheid dat je kind niet kan.

En dat verschil is veel groter dan het op het eerste gezicht lijkt.

Close-up view of a colorful bookshelf filled with children's books
Close-up view of a colorful bookshelf fille

Wat als er achter dat gedrag veel meer gebeurt?

Als ouder zie je meestal wat er aan de buitenkant gebeurt.

Je ziet een kind dat treuzelt. Een kind dat niet reageert. Een kind dat boos wordt. Een kind dat ineens begint te huilen om iets wat voor jou helemaal niet zo groot lijkt.

Maar in het hoofd van dat kind kan ondertussen van alles gebeuren.

Misschien is de ochtend al begonnen met een hoofd vol gedachten. Misschien zit er spanning voor een schooldag. Misschien zijn er te veel geluiden, te veel opdrachten of te veel veranderingen achter elkaar.

En soms is het helemaal niet zo ingewikkeld.

Misschien is die mier gewoon ontzettend interessant.

Voor een volwassene is het gemakkelijk om te denken: Kom op, we moeten gaan.

Voor een kind kan het veel lastiger zijn om de aandacht die volledig bij die mier ligt, ineens te verplaatsen naar schoenen, jas, tas en school.

Dat betekent niet dat een kind je expres negeert.

Het kan betekenen dat schakelen op dat moment moeilijk is.


  • Waarom “opschieten” niet altijd werkt


We zeggen het allemaal weleens. “Opschieten.” “Kom nou.” “Hoe vaak moet ik het nog zeggen?”

Zeker als je zelf haast hebt, is dat heel begrijpelijk.

Maar een kind dat al moeite heeft om overzicht te houden, krijgt met zo’n boodschap niet automatisch meer overzicht.

Wanneer de druk verder oploopt, kan het hoofd juist voller worden.

En dan kan iets kleins ineens de druppel zijn.

De verkeerde sok. Een boterham die anders is gesneden. Een jas die niet lekker zit. Een broer die iets zegt. Of simpelweg de overgang van thuis naar school.

Voor een kind dat gevoelig is voor prikkels, emoties of veranderingen kan zo’n gewone ochtend behoorlijk veel vragen.


Van “niet luisteren” naar “ik krijg het even niet voor elkaar”


Misschien is dat wel een van de belangrijkste veranderingen in hoe we naar kinderen kunnen kijken.

In plaats van: “Waarom luister je niet?” kun je jezelf afvragen: “Lukt het mijn kind op dit moment om te doen wat ik vraag?”

Dat is geen excuus voor ieder gedrag. Grenzen blijven belangrijk.

Maar begrijpen waar gedrag vandaan komt, betekent niet dat je geen grenzen stelt. Het betekent dat je probeert te begrijpen waar je grens het beste kan landen.

Een kind dat overstuur is, heeft misschien eerst verbinding nodig voordat het kan luisteren.

Een kind dat verdwaald is in honderd gedachten, heeft misschien een kleinere opdracht nodig.

En een kind dat overprikkeld is, heeft misschien eerst wat rust nodig.


De kracht van één opdracht tegelijk

Stel je voor dat je zelf met tien dingen tegelijk bezig bent.

Je telefoon gaat. Er komt een bericht binnen. Iemand stelt je een vraag en ondertussen moet je eigenlijk nog weg.

En dan zegt iemand: “Schiet even op, pak je spullen, doe je jas aan en vergeet je tas niet.”

Je kunt het waarschijnlijk wel. Maar het kost meer moeite.

Voor een kind kan dat nog sterker zijn.

Daarom kan het helpen om dingen kleiner te maken.

Niet: “Trek je schoenen aan, pak je tas en doe je jas aan, want we moeten nu echt gaan.”

Maar: “We gaan nu eerst je schoenen aantrekken.”

En als die schoenen aan zijn: “Mooi. Nu je jas.”

Het klinkt misschien als een klein verschil. Maar voor een kind met een druk hoofd kan het juist het verschil zijn tussen vastlopen en verder kunnen.



Ook overgangen kunnen een uitdaging zijn

Veel ouders herkennen het moment waarop een kind van de ene activiteit naar de andere moet.

“De tablet gaat nu uit.” “We gaan naar huis.” “Stop maar met spelen.” “Het is bedtijd.”

Voor jou is het een logisch moment. Voor je kind kan het voelen alsof de wereld ineens wordt onderbroken.

Zeker wanneer het helemaal opgaat in wat het aan het doen is.

Een waarschuwing kan daarom helpen.

“Je mag nog vijf minuten spelen.”

En later: “Over één minuut gaan we opruimen.”

Dat geeft een kind de mogelijkheid om zich alvast voor te bereiden op wat er komt.

Niet ieder kind heeft dit nodig. Maar voor sommige kinderen maakt voorspelbaarheid een enorm verschil.



En dan is er nog iets: prikkels

Sommige kinderen lijken alles op te merken.

Het geluid van de koelkast. Een labeltje in een shirt. De radio die aanstaat. Een gesprek in de andere kamer. De hond die blaft. De geur van tandpasta. Een lamp die te fel is. Een klaslokaal vol kinderen.

Waar een volwassene sommige dingen automatisch naar de achtergrond kan laten verdwijnen, kan een kind ze soms veel sterker opmerken.

Dat betekent niet meteen dat een kind overprikkeld is. Maar het kan wel verklaren waarom een kind na een drukke schooldag thuis ineens ontploft.

Op school heeft het misschien de hele dag geprobeerd alle indrukken te verwerken.

En thuis, waar het zich veilig voelt, komt alles eruit.

Dat kan verwarrend zijn voor ouders: “Op school gaat het toch goed? Waarom thuis dan wel?”

Juist omdat thuis de plek kan zijn waar een kind eindelijk niet meer hoeft vol te houden.



“Maar hij kan het toch gewoon?”

Dit is misschien wel een van de lastigste gedachten voor ouders.

Want vaak kan een kind het inderdaad.

Het kan zichzelf aankleden. Het kan opruimen. Het kan luisteren. Het kan wachten.

Maar kunnen is niet hetzelfde als het op ieder moment zelfstandig kunnen inzetten.

Een kind kan iets prima wanneer het uitgerust en ontspannen is. En precies datzelfde kind kan volledig vastlopen wanneer het moe, gespannen, verdrietig of overprikkeld is.

Dat geldt eigenlijk ook voor volwassenen.

Op een rustige ochtend lukt alles. Maar probeer dezelfde ochtendroutine eens na een slechte nacht, met stress op je werk en drie dingen die tegelijk misgaan.

Dan merk je hoe anders je reageert.



Achter gedrag zit een verhaal

Bij Finn Wervelwind geloven we dat gedrag vaak iets vertelt.

Niet ieder gedrag heeft meteen een duidelijke oorzaak. En we hoeven ook niet ieder gedrag te analyseren.

Maar het kan helpen om nieuwsgierig te blijven.

Achter boosheid kan verdriet zitten.

Achter drukte kan spanning zitten.

Achter terugtrekken kan onzekerheid zitten.

Achter niet luisteren kan afleiding zitten.

Achter een enorme uitbarsting kan een dag vol kleine momenten zitten waarin een kind zichzelf steeds heeft moeten aanpassen.

Wanneer je alleen naar het gedrag kijkt, zie je misschien een kind dat “lastig” doet.

Wanneer je iets verder kijkt, zie je misschien een kind dat het op dat moment ontzettend moeilijk heeft.

En soms verandert alleen die blik al iets.



Je hoeft niet altijd meteen een oplossing te hebben

Misschien is dat juist geruststellend.

Je hoeft als ouder niet iedere emotie op te lossen.

Je hoeft niet altijd precies te weten waarom je kind reageert zoals het reageert.

En je hoeft al helemaal geen perfecte ouder te zijn.

Soms is het genoeg om te zeggen: “Ik zie dat het even niet lukt.”

Of: “Het is je allemaal even te veel.”

Of: “Kom, we doen het samen.”

Dat betekent niet dat je alles overneemt.

Het betekent dat je je kind tijdelijk helpt om weer overzicht te krijgen.

En vaak ontstaat vanuit die rust vanzelf weer ruimte om verder te gaan.



Terug naar die ochtend met Finn

Uiteindelijk kwam Finn die ochtend natuurlijk gewoon op school.

Niet precies op het tijdstip dat gepland was.

De schoenen kwamen aan. De jas werd aangetrokken. De tas ging mee.

Maar misschien was de belangrijkste verandering niet dat Finn sneller werd.

Misschien was het dat er even anders naar hem werd gekeken.

Niet als een kind dat expres treuzelde. Maar als een kind dat op dat moment ergens volledig in opging en moeite had om te schakelen.

Die mier was voor Finn misschien geen afleiding.

Het was gewoon waar zijn aandacht op dat moment naartoe ging.

En misschien is dat precies wat we soms mogen onthouden.

Niet ieder kind dat anders reageert, doet moeilijk.

Soms is de wereld voor een kind gewoon even heel groot.



Kijk eens verder dan het gedrag

De volgende keer dat je kind niet luistert, boos wordt of compleet afdwaalt, probeer dan een klein momentje te nemen.

Niet om het gedrag meteen goed te praten. Maar om jezelf één vraag te stellen:

“Wat zou hier nog meer kunnen spelen?”

Misschien is je kind moe. Misschien spannend. Misschien overprikkeld. Misschien heeft het behoefte aan duidelijkheid. Misschien wil het gewoon nog niet stoppen.

En misschien weet je het helemaal niet.

Dat is ook oké.

Want opvoeden draait niet om altijd precies weten wat er in het hoofd van je kind gebeurt.

Het draait om blijven kijken. Blijven luisteren. En blijven proberen te begrijpen.



Ieder kind heeft zijn eigen wervelwind

Een hoofd vol ideeën. Een hoofd vol vragen. Een hoofd vol gevoelens. Een hoofd dat soms alle kanten tegelijk op lijkt te gaan.

Dat is niet iets wat we er altijd uit hoeven te krijgen.

Soms mogen we kinderen juist helpen om te ontdekken hoe hun eigen wervelwind werkt.

Wat helpt wanneer het te druk wordt? Hoe herken je dat je spanning opbouwt? Wat kun je doen wanneer je boos wordt? Wanneer heb je rust nodig? En bij wie kun je terecht als je even niet weet wat je moet doen?

Dat zijn vaardigheden waar een kind een leven lang iets aan heeft.

Want achter ieder gedrag zit een kind. En achter ieder kind zit een verhaal.

Bij Finn Wervelwind willen we kinderen helpen om dat verhaal beter te begrijpen — en ouders helpen om met iets andere ogen naar die wervelwind te kijken.

Misschien begint begrip soms wel met één simpele vraag:

“Wat gebeurt er eigenlijk bij jou?”

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page